Een uniek fort

Zoals vaak het geval was in alle belangrijke steden, had Nûl Lamta een groot fort (Âgwîdîr), gelegen op een rotsachtige heuvel. Van daaruit was het mogelijk om een vijand die de stad naderde op kilometers afstand te spotten.

Het fort had vele torens en was voorzien van een brede gracht van 3 meter diepte, die drie zijden van de muur omringde, en een coracha. De coracha bestond uit twee lange parallelle muren die naar de basis van de heuvel afdaalden. Haar functie was waarschijnlijk om een ​​waterput te beschermen om de toegang daartoe te waarborgen. Dit ingenieuze systeem maakte het mogelijk voor de stad en haar bewoners om water te blijven leveren tijdens een belegering.

De bouwmaterialen van dit fort zijn bijzonder: aangestampte aarde (tâbiya/stampbouw) en bakstenen (țūb/adobe). Tot nu toe zijn er weinig fortificaties van dit type bekend in Marokko, waarbij de meest gebruikte bouwmaterialen voor fortificaties aangestampte aarde of metselwerk van grote stenen zijn.

De weerstand van de bakstenen tegen de tand des tijds is aangetoond omdat vandaag de dag, bijna duizend jaar na hun constructie, veel van deze muren nog steeds boven het landschap uitsteken. Deze overblijfselen herinneren ons eraan dat er ooit een machtige stad op deze plek stond.